Werken met ‘lastige’ ouders

lastige oudersJaarlijks wordt er een symposium gewijd aan de omgang met ‘lastige ouders’.  Toen ik het las, stonden de haren in mijn nek recht overeind.  Hoezo ‘lastige ouders’? Houden ouders in feite geen spiegel voor in het eigen functioneren?

Wanneer ik de tekst rustig doorlees zie ik dat de diverse knelpunten waardoor ouders ‘lastig’ zijn wel gezien worden. Zoals ouders die ruzie maken met hulpverleners, klagen, controleren, eisen en zelfs dreigen. En gelukkig wordt ook de vraag gesteld: waar zou dat gedrag nu vandaan komen? En hoe kunnen we dat gaan veranderen zodat we een positief contact kunnen krijgen?
Allemaal heel mooi, maar wanneer ik verder lees en zie voor wie dit symposium bedoeld is, zijn dat de beroepshoek en de studenten. Wat wil zeggen dat er ook op deze dag niet met ouders en familieleden wordt gediscussieerd, maar weer over hen.
Ik heb overwogen mij aan te melden om eens te horen hoe er over ‘ons soort ouders’ gesproken wordt en wat de richtlijnen zijn die gegeven worden. Maar de kosten zijn van dien aard, dat dit een te grote impact op mijn beurs is. Kortom: niet toegankelijk.

Het zal de lezer duidelijk zijn dat ik behoor tot de door de hulpverleners gecreëerde doelgroep ‘lastige ouder’.  Zelf noem ik mij liever:  een positief kritische ouder.  Je  wordt niet als ‘kritisch’ geboren, dat ontstaat gewoon. En in onze situatie is dit juist ontstaan door de handelwijze van diverse hulpverleners waarmee wij in aanraking kwamen. Mensen die ons niet serieus namen in de zorg voor ons kind. Mensen die het veelal beter meenden te weten en mensen die ons gewoon negeerden, aan de kant zetten, omdat we in hun beleving ‘lastig’ zijn of gewoon teveel weten, dat kan ook ‘lastig’ zijn.
De resultaten zijn er, door deze wijze van familie negeren, wel naar. De officiële diagnose die bij ons kind gesteld is: verwaarlozing als gevolg van het niet krijgen van deskundige begeleiding. Ons kind wordt voortdurend overvraagd en overschat, brengt zijn leven veelal op straat door. Toen hij nog thuis woonde, leefde hij gewoon in huis, at op vaste tijden, ging naar de dagbesteding, deed volop aan sport en sliep gewoon in zijn eigen bed. Binnen ons gezin leeft geen enkel kind op straat.

Wat we in feite wilden toen we ons kind aan de zorg toevertrouwden is gewoon openheid, gelijkwaardigheid, leren van elkaar met het doel om ervoor te zorgen dat ons kind een prettig leven blijft houden. In feite een reële wens wanneer je van je kind houdt. Maar door het ontbreken van bijvoorbeeld de openheid en niet samen willen  communiceren, groeiden de vragen en wilden we alleen maar meer weten. En dan ben je ineens ‘lastig’: een meekijker.
Men wil geen meekijkers.  Zegt dat dan iets van de ouders? Mensen die mee kijken kunnen immers ook een positieve rol hebben. Met zijn allen zie en weet je meer. Dat is ook gebleken. En wanneer je een ouder zijn kind af dreigt te nemen, door zo enorm de regie te willen houden is dat toch gewoon een menselijke reactie. Je houdt immers van je kind!

Inmiddels is de zorg aan het veranderen en nu worden ouders en familieleden wel meer betrokken.  Mede ingegeven door de financiële situatie en tekort aan mankracht die nog ingezet kunnen worden. In feite een praktisch besluit. En ga dan maar eens in de schoenen van een ouder staan. Op het ene moment wordt je weggeduwd en het andere moment wordt je weer aangetrokken. In stilte denk je, ook uit zelfbescherming ingegeven: wanneer ben je niet meer nodig en duwt men je weer weg?

Wij maakten het onlangs mee. Er werd voor ons bepaald dat wij één uur per maand contact mogen hebben met de orthopedagoog en de zorgcoördinator. Dit uur is bedoeld voor ons, zodat wij vragen kunnen stellen. Omdat onze vragen al enkele jaren niet beantwoord worden, hebben we geen vragen meer. En wanneer wij ‘lastig blijven’, wordt ons de wacht aangezegd. Dat is in hetzelfde besluit gezegd. En probeer dan maar eens en andere plek gerealiseerd te krijgen in Nederland. Al in 2008 is een handreiking geschreven ten behoeve van instellingen met de pakkende titel: Bezinnen over beginnen of stoppen.

Wat wij voelen is de toenemende zorg voor ons kind, dat nog steeds grote delen van de dag op straat woont. Maar daar mag niet over gesproken worden, want dan ben je weer ‘lastig’.

Margriet

 

Geef een reactie