Werken met de Driehoek

de driehoekOnze dochter is gehandicapt. Haar handicap is van dien aard dat de zorg die wij haar geven te zwaar is geworden om dit op verantwoorde wijze samen te vervolgen. Na veel wikken en wegen besluiten wij de zorg over te dragen aan anderen. Een moeilijke beslissing.

 Wanneer je besluit je kind ergens anders te laten wonen, gaat er veel aan vooraf voordat je daadwerkelijk tot deze keuze komt. Na zo’n besluit openbaart zich een hele papierwinkel aan formulieren, die ingevuld moeten worden. Geleidelijk aan word je met de neus op de feiten gedrukt: je dochter gaat nu echt uit huis. Nog onverwacht komt het bericht wanneer er een plek beschikbaar is. Een schok gaat door je heen. De afspraak wordt iets te snel gemaakt. Het hoofd, Gea, van de toekomstige woning staat ons vriendelijk te woord; laat haar kamer zien en vertelt met wie onze dochter gaat wonen en welk zorgaanbod er is. Ze voegt er wel aan toe dat men met een nieuwe vorm van zorg bezig is: klantvolgend heet dat. We zouden dan als ouder mogen aangeven wat we denken wat goed is voor onze dochter en dan zou men haar die zorg gaan geven. Onze dochter praat moeilijk. Wij kennen haar goed en zien aan haar wat ze leuk vindt; kennen elke beweging; elke oogopslag, kortom alles van haar. Dat leerden we wel in de afgelopen jaren.

Al die nieuwe informatie van Gea gaat langs je heen, omdat je meer bezig bent met waar ze heen gaat. ‘U moet wel binnen enkele dagen beslissen’ zegt Gea en voegt er nog aan toe ‘er staan nog zoveel mensen op de wachtlijst, die net als u op zoek zijn naar een plekje voor hun kind’. Je beslist inderdaad wat sneller dan je zou willen. Met een bemoedigend klopje op je schouder, vervolgt Gea: ‘Het zal wel gauw wennen, dat uw dochter uit huis gaat. U kunt dan weer op vakantie en heeft de tijd aan u zelf’ en voegt er nog aan toe:’ U kunt ons altijd bellen als er wat is’. Gea staat op het punt om het gesprek te beëindigen. ‘Maar, maar….’ stotter ik ‘wilt u dan niets weten over onze dochter? Wat haar gewoontes zijn? Hoe we met haar omgaan en waar je op moet letten?’. ‘Mevrouw, dat komt allemaal goed, wij kennen immers het klappen van de zweep. Er wonen hier ruim 1.200 mensen met een handicap. Die hebben het immers ook goed!’ Thuis gekomen herhaal je voor jezelf wat je allemaal gehoord en gezien hebt. Je vraagt je af wat is klantvolgend nu eigenlijk? Men vroeg toch niets over onze dochter?

Twee maanden later gaat onze dochter verhuizen. We richten zelf haar kamer in en maken kennis met de andere bewoners en de begeleiders. Vele gedachtes gaan door je heen, zoals: enkele begeleiders zijn nog wel erg jong; kunnen ze mijn dochter wel goed begrijpen; hebben ze voldoende ervaring? Gea schonk bij het eerste gesprek wel veel aandacht aan ons, maar begrijpt ze het gedrag van onze dochter wel? Gea vraagt ook bij de verhuizing weinig en het luisteren beperkt zich tot het kopje koffie dat ze aanbiedt. Ik besluit voorzichtig, want in zo’n situatie voel je je erg kwetsbaar, haar te vragen wanneer het gesprek plaats zal vinden over onze dochter. ‘Dat komt dik in orde, maakt u zich vooral niet ongerust. Wij zijn erg deskundig en als we iets niet weten, vragen wij het aan een psycholoog die aan ons zorgcentrum verbonden is’. ‘Waarom vragen ze het niet gewoon aan ons’, schiet door je hoofd. We voelen ons meer en meer aan de kant gezet.

De verhuizing is daar en onze dochter is enthousiast wanneer ze haar medebewoners ziet. Haar ogen schitteren. Ze lacht, dat is een goed teken. Regelmatig bezoeken wij haar. Minimaal één keer per week, soms meer. We merken wel dat wanneer we vaker komen, er wel eens irritatie is bij de leiding. Soms zijn het begeleiders die nog stage lopen en je brutaal aan kijken en de wijsheid in pacht menen te hebben. Andere begeleiders die zich meer betrokken tonen, stellen vragen over onze dochter.
In het begin gaat het ook goed met onze dochter, maar naarmate de tijd verstrijkt zien we haar ogen dof worden, lijkt ze meer in de war en sluit zich soms van ons af. We herkennen dit gedrag goed. Het is een signaal: het gaat niet goed met haar!

Het gesprek over de wijze van omgang met onze dochter heeft na drie maanden nog niet plaatsgevonden. We proberen dit toch gerealiseerd te krijgen. Gea tracht ons vergeefs gerust te stellen: ‘Mevrouw, we kennen uw dochter door en door, het komt allemaal goed’. ‘Door en door..?’, gonst het door mijn hoofd, ‘door en door en dat binnen drie maanden en zonder kennis gedeeld te hebben met ons….?’. ‘U moet leren loslaten; de zorg aan ons overlaten’, zijn zinnen die we regelmatig horen. ‘Hoezo loslaten, wanneer we zien dat ze hard achteruitgaat’. Wat is in feite de betekenis van klantvolgend? Is dat soms werken door ouders buiten te sluiten?
Een bulletin verschijnt waarin het thema klantvolgend is. We lezen dat klantvolgend intensief samen werken is met ouders. Een vanzelfsprekendheid vinden wij. Immers, wie weet als geen ander hoe zijn kind in elkaar steekt. Wij hebben immers al jaren voor haar gezorgd! Met het blad in de hand melden wij ons opnieuw bij Gea en al wat assertieve geworden, dringen we aan op een gesprek. Dezelfde week nog wordt een ochtend voor ons beschikbaar gesteld. Met een goed gevoel keren we daarna huiswaarts.
Het was een soms emotioneel, maar erg duidelijk gesprek. Men heeft ons eindelijk gehoord en afgesproken  dat we samen verder gaan om te zorgen dat onze dochter die zorg krijgt die bij haar past. En vooral zoals zij die van ons gewend is, zodat ze weer pretlichtjes in haar mooie ogen gaat krijgen. 

Samenwerken met ouders is gewoon een noodzaak . Zij zijn de eerste deskundigen wanneer het uw cliënt betreft.

Meer weten over werken met de Driehoek: Drienamiek 

Geef een reactie