Tante Bep

P1040175De familie van Wiebe is groot. Hoe groot, dat weten we niet, we zijn de tel al even kwijt. Jaarlijks wordt er een reünie georganiseerd. En niet eentje maar wel twee namelijk één voor broers- en zussen met tantes en één voor neven -en nichten samen met hun nieuwe kroost de achterneven -en nichten en die tevens de oorzaak zijn waardoor wij de tel kwijt zijn geraakt.

De jaarlijkse broers en zussen reünie met tantes organiseren wij zelf. Dit is min of meer te danken aan Wiebes moeder. Zij wilde haar verjaardagen niet meer in een restaurant vieren. Dat vond ze te onoverzichtelijk. En een aantal uren het middelpunt zijn, waarbij mensen je dan op de schouder tikten en hun aandacht vroegen, nee, ze wilde er gewoon meer bij horen. Iedereen moet gewoon bij haar kunnen zitten, een praatje maken en dan weer plaats maken voor een ander.
Mijn schoonmoeder is een boerendochter en wij hebben een voormalige boerderij met koeien in de wei, dus haar vraag volgde al snel: ‘ Mag ik mijn verjaardag bij jullie vieren?’ We ontvingen deze vraag met open armen, want ook wij vonden een verjaardag in een restaurant vieren maar niets en vooral niet wanneer het buiten ook nog eens prachtig weer is.
Het werden leuke ontspannen feestjes. Ieder vond zijn plekje wel ergens en wanneer mijn schoonmoeder moe werd, vroeg ze naar de koeien en reden we haar in de rolstoel naar de grote eik zodat ze in de schaduw over het weiland kon uitkijken.
Zij heeft haar laatste verjaardag, ze is 100 jaar geworden, ook samen met en bij ons kunnen vieren.

Na haar overlijden zetten we deze traditie voort. Ook de tantes blijven wij erbij betrekken. Het zijn aardig krasse dames van een respectabele leeftijd en nog volop in het leven staand. Eén tante springt er wel uit, onze tante Bep. Ik heb iets met haar en dat is wederzijds. Zien we elkaar dan roept ze mijn naam luid en duidelijk en komen de pretlichtjes in beider ogen en knuffelen we elkaar stevig en hebben meteen heel veel praatjes. Tante kent geen stiltes en het maakt haar niet uit of we nu op een begrafenis zijn of bij een feestje. Ze is gewoon zichzelf.
Ik bewonder haar omdat zij zo positief in het leven staat, ondanks dat ze een aardig zwaar leven heeft gekend. De kanker die haar trachtte te vellen, lijkt ze te hebben gestopt. En uiteraard is ze bij de reünie altijd van de partij. Zoals ze zelf zegt: ‘Misschien ben ik er de volgende keer niet meer bij’.

Door een simpel voorval is ze vorig jaar gevallen en heeft ze haar heup verbrijzeld. Deze is door een nieuwe vervangen en uiteraard wilden we haar zo gauw mogelijk zien. ‘Ze kan dan geestelijk wel sterk zijn. ..’ We belden haar op voor het maken van een afspraak en krijgen haar dochter Lotte aan de lijn. ‘Moeder is te zwak om nu al bezoek te ontvangen….’ , maar tegelijkertijd horen we op de achtergrond tante roepen: ‘Wie is dat?’. Lotte noemde onze naam en tante roept: ‘Ja, zij moeten wel langs komen, niet zeggen dat het niet kan, hoor je mij? Lotte sputterde wat van ‘ja mam, maar dit is toch teveel voor u?’ ‘Nee, zij moeten komen, dat vind ik gezellig’. Met een belofte aan Lotte dat we maar een uurtje zouden komen, maken we een afspraak.

Wanneer we tante zien, schrikken we. Ze zit in haar stoel, kan nog nauwelijks bewegen en dan de blik in haar ogen. Een wat vreemde blik, beetje gebroken, maar wel weer met die zo bekende twinkeling in de ogen zodra ze ons ziet.  Ze houdt ons steviger vast dan anders en dan besef ik heel goed, dat dit wel eens een laatste knuffel kan zijn voor wij op reis gaan. ‘Leeft ze dan nog wanneer we terugkomen?’ Van alles schiet door mij heen. Tante zegt tijdens dit bezoek ook: ’ Ze hadden mij wel mogen laten liggen. Het hoeft niet meer zo. Iedereen zorgt goed voor mij en Lotte wil mij wat teveel beschermen en dat begrijp ik wel. Trek je er maar niets van aan. Blijf vooral komen dat vind ik fijn’. Haar wijze van denken over het leven dat eindig is, verwoordt ze mooi en het hoort er meteen ook zo bij.
We nemen altijd wat ondeugend lekkers voor haar mee. Ondeugend, omdat ze eigenlijk geen chocola mag, maar onder de noemen: ‘We leven maar één keer, pakt ze meestal snel het doosje uit onze handen’. Deze keer is dat wat minder snel, maar wel komt meteen de vraag of we het doosje in de koelkast kunnen leggen. Ze voegt eraan toe: ‘Dat is alleen voor mij als ik er weer zin in heb, pak ik er eentje’. Het uur vliegt voorbij.

Ruim een maand later bezoeken we haar opnieuw. Haar stem klinkt weer als vanouds: vrolijk en opgewekt en ook de boodschap, dat we vooral op tijd moeten komen, want ze wil wel in het restaurant lunchen om half 1.
We komen binnen en zien haar bij het aanrecht staan en zijn aangenaam verrast: ‘Tante u staat alweer! Wat snel’. ‘Ja, ik moet goed oefenen van de therapeut en dat doe ik ook’. Ze glimt van trots.
Uiteraard nemen we weer lekkere ondeugende dingen mee. Deze keer mogen we ons zelf daar ook op trakteren, als de rest maar in de koelkast gaat. Ze heeft weer praatjes voor tien en alles wat haar bezig houdt passeert de revue.
Wiebe stelt altijd vragen over de familiehistorie en wil dan ook de jaartallen weten. ‘Jij ook altijd met je jaartallen’ grapt ze, dat weet ik allemaal niet meer zo. Jongen wat doet dat er nog toe’ en ze gaat door met haar boeiende verhalen. Het uur is al lang geen uurtje meer.
Ineens staat ze op. ‘Oh, het is al bijna half 1, dan moet ik naar beneden’. We brengen nog snel de kopjes naar de keuken, willen nog afwassen, maar dat doet ze later zelf. Samen lopen we naar de lift. Wat kan tante lopen achter haar rollator, we moeten bijna rennen.

In de eetzaal stelt ze ons nog even voor aan haar disgenoten en glimt van trots. ‘Jullie komen weer snel hoor. Kom dan maar om 3 uur, dan hebben we lekker veel tijd, want ik hoef dan pas om half 7 te eten’.We geven haar nog een stevige knuffel en beloven snel weer te komen en met een goed gevoel gaan we naar huis.

Tante wordt dit jaar 97. Wat een prachtig mens.
En voor wat de jaarlijkse reünie betreft, daar gaan we gewoon mee door.

Bedankt moeder.

 

 

 

Geef een reactie