Postzegel

14.10.12 (8)Wanneer wij op vakantie gaan, nemen we vaak een aardigheidje mee voor onze kinderen en de huisoppas en sturen aan iedereen een leuk kaartje. Een klein gebaar dat ook door onze kinderen op prijs wordt gesteld en bevestigd wordt in hun vraag: ‘we kijken weer uit naar jullie kaartje of sms-je, of misschien wel alle twee!’. Als onze kinderen op vakantie gaan nemen ze ook vaak wat mee en sturen een kaartje. Behalve één. En dit tot grote ergernis van haar broer.

 

Met de feestdagen wilden Jos en Eva samen op vakantie. De keuze ging naar Limburg, want daar was een leuke kerstmarkt en kon je leuke dingetjes kopen. Ik had mijn bestelling al snel geplaatst en vroeg uit te kijken naar leuke kerstengeltjes. Jos reageerde meteen enthousiast en vroeg verder door wat ik bedoelde. Eva bleef angstvallig stil. Wat de achterliggende reden is, is mij niet bekend, maar ze is zo verschrikkelijk krenterig. Althans wanneer het een presentje voor de ander betreft.  Voor haar zelf koopt ze zich suf en vaak betreft het impulsieve aankopen, die ze soms al binnen een dag weer van de hand doet of aan haar broer geeft.

Wanneer ze toch iets voor ons heeft meegenomen, zijn we ook zeer verrast en steken dit enthousiasme niet onder stoelen of banken en vragen haar ook aan iedereen, die op dat moment thuis zijn, te laten zien wat ze gegeven heeft. Je ziet haar groeien en steeds vrolijker worden. Maar waarom dan die enorme krenterigheid? Want owee, als wij geen presentje meenemen of als ze meent dat we haar overgeslagen hebben, dan is de wereld te klein.
Ook het zenden van een kaartje blijkt een enorm obstakel te zijn. Hoe ze het voor elkaar krijgt, weten we niet, maar ze presteert het om met de Kerst of gratis verkregen kaarten te sturen, of het kleinst mogelijke kaartje dat er te krijgen is. Alsof daarmee de portokosten verlaagd zouden worden. Maar ook daar heeft ze weer een oplossing voor: ze bezorgd zoveel mogelijk kaartjes zelf op de fiets. Een gezonde bezigheid.

Toen we hen naar de opstapplaats brachten voor hun uitstapje naar Limburg, besloot ik haar maar weer eens te herinneren om een kaartje te sturen. Was ze het ene moment degene die het hoogste woord voerde in de auto, het volgende moment en toen onze verwachting van de ansichtkaart aan de orde kwam, werd het muisstil.
Voor de zekerheid keek ik even achterom, of ze nog wel in de auto zat. Ik keek in een paar grote donkere kijkers en las hierin dat ze zeker niet het voornemen had haar geld te spenderen aan een kaartje.
Inderdaad, ze heeft geen kaart gezonden. Jos probeert dit zich niet aan te trekken, maar blijft wel verontwaardigd. ‘Ze kan dit toch wel voor jullie overhebben?. Waarom vindt ze dat zo moeilijk ? Ze koopt wel allemaal spulletjes voor haar zelf. En de leiding kan toch een stickervel maken, dat doen ze bij mij ook’. Hij zuchtte eens diep, en we stelden hem gerust dat hij zich dit niet hoefde aan te trekken. Het is nu eenmaal zo, maar we blijven het wel herhalen. Hij lachtte. ‘Ze vertelde dat ze met de kerst al een kaart had gestuurd, dus vond dat nu niet nodig. En weet je mam, ze kon gewoon gratis kaarten krijgen van het hotel, die stonden op de balie’.
Tja, wat is nu een postzegel.

Geef een reactie