Mijn wortels

De dekenkist van mijn moeder, van zwart ebbenhout met prachtige afbeeldingen er in gesneden, heeft altijd tot mijn verbeelding gesproken. Het is de vraag of het ebbenhout is, hadden ze dat in Indonesië wel?

In onze familie leven allerlei verhalen over onze afkomst. Mijn oma van moeders kant zei altijd dat ze van Franse origine was; haar ouders zouden naar Suriname gevluchte Hugenoten zijn. Dat zou kunnen, het betekende in elk geval dat mijn broer en ik ’s avonds voor het slapen gaan altijd zeiden: “Wel te rusten, bonne nuit”.

Mijn grootvader heb ik nooit gekend, hij was een Stadscreool, een echte Vervuurt. Net als bijna alle Vervuurts van die tak werd hij onderwijzer, en samen met mijn oma, ook onderwijzer, emigreerde hij naar Indië zoals dat toen nog heette. Ze gaven allebei les op een lagere school in Bandung. Mijn moeder werd daar geboren als enig meisje in het gezin, en bleef  tot na de oorlog. Zij werd in het Jappenkamp gestopt, omdat ze dan wel kroeshaar, maar  ook blauwe ogen had. Een blanda dus. Een erfenis van de voorouders van Vervuurt? Want in een grijs verleden moeten er drie Nederlandse soldaten met die naam naar Suriname zijn afgereisd, wat zou betekenen dat we toch gewoon van Hollanders afstammen. Haar blauwe ogen werden haar noodlottig; mijn oma echter zag er “Indisch”uit en bleef buiten.

Mijn vaders familienaam is Flipsen. En ook daar gaat een verhaal over. Het is een Zeeuwse naam, en veldwachter Flipsen uit de boeken van Dik Trom zou familie van me zijn. Of ik daar nou zo blij mee ben…het leek me een vervelende dienstklopper,  maar goed, die ‘bijzondere jongen’ Dik Trom sprak me ook niet aan.
Mijn vader werd overigens geboren in Australië, zijn ouders verhuisden vandaar uit naar Indonesië, en daar leerde hij mijn moeder kennen. Na de oorlog gingen ze naar Nederland, met de dekenkist, en zijn ze in Haarlem getrouwd. Daar ben ik geboren, maar we bleven er niet lang: we emigreerden naar Curaçao. Om na een paar jaar weer naar Nederland terug te keren.

Waar liggen mijn wortels nu?

Ik ben geneigd te denken: daar waar mijn ouders waren, en later waar mijn moeder was, daar lagen mijn wortels. En of ze nu in Amsterdam woonde, of in Timboektoe, zij was houvast, dus wortelde ik waar zij was.  Voor mij is dat essentieel. Het gaat niet om de plaats waar je toevallig woont, maar om de mensen met wie je daar woont. Wortelen heeft ook wel wat met de aarde te maken, je kunt mij gelukkig maken met een stukje grond waarin ik lekker mag wroeten, mijn stukje grond, waarop ik kan ploegen zoals die boer, u weet wel. Ook heb ik  ervaren dat ik uiteindelijk toch een echte boeren-Hollandse ben, toen mijn echtgenoot en ik een paar jaar in Nepal verbleven. De dekenkist staat bij mij thuis, hier voel ik me geworteld.

Ellen Smal

Geef een reactie