Je bent ook wat je niet bent en misschien ben je dat juist wel

je bentIs dit wel een opdracht voor een column? ’vraag ik mij meteen af, toen ik deze titel hoorde. ‘Volgens mij is het meer een filosofische vraag, meer een kijk naar jezelf. Wie je bent, wat je doet of wat je vooral niet doet om juist te proberen degene te zijn die je niet wilt zijn. Ben ik dan wie ik ben of ben ik dan juist wat ik niet ben?’

‘Maar waarom dan deze titel in een opdracht voor het schrijven van een verhaal?’ Ik peins mij een slag in de rondte, althans bijna, want ineens snap ik het. ‘Want hoe kan je een verhaal schrijven dat over iets en vooral iemand gaat, zonder je in de ander te verplaatsen? Dan heb je al een antwoord: ‘Ik ben even de ander, maar blijf wel dezelfde’. Een moment kijk ik naar buiten en zie dat de zon schijnt en er een einde gekomen is aan de nattigheid van deze dag. De behoefte om naar buiten te gaan, onderdruk ik. Weer zo’n moment dat ik even niet ben wat ik wil zijn. Gewoon mezelf. ‘Ik moet verder met dit verhaal, want morgen staat er weer een afspraak, dan komt het er niet van. Discipline Ingrid, discipline en even het verhaal vasthouden. Buiten wacht wel’, spreek ik mij zelf even fors toe. Ik lees een stukje terug en kom tot de conclusie dat in feite de opdracht hiermee al vervuld is. ‘Toch dan maar naar buiten? Verhaaltje opslaan en pc afsluiten?’ Ik zet de bril al af, schuif mijn stoel naar achteren en: ‘Ja hoor, prompt gaat het weer regenen’. Ik neem mijn uitgangspositie maar weer in en zie dat 278 woorden wel een heel erg kort verhaaltje is.

Een dergelijke titel zet je goed aan het denken en op de een of andere manier schieten zinnen van, in mijn ogen zeer wijze mensen, door mijn hoofd. Mensen die het goede met mij voor hebben. Mij veel leerden en nog steeds leren, omdat ik altijd onvoorwaardelijk open blijf staan voor de positieve mening van de ander. Dat past ook bij mij: gewoon zijn wie ik ben. Leerde door de jaren heen mijn gevoel te vertrouwen. Dat was in sommige situaties best lastig en leidt ook tot reacties: ‘Hoe weet je nu dat dit ging gebeuren en wat je moet doen? ‘ Nou, gewoon naar mijn gevoel luisteren en wanneer die mij een seintje geeft, weet ik dat dit niet voor niets is’. Het is moeilijk om daar woorden aan te geven. Naarmate de bewustwording toeneemt, gun ik mij meer ruimte om er bij stil te staan. Dat voelt beter en dan ben je weer wie je bent en vooral trouw aan mezelf.
Ik kon niet goed leren, zou net de huishoudschool kunnen halen, maar ging naar de Ulo. Dus toen het advies kwam dat onze jongste zoon niet verder zou komen dan de Mavo, en ik zijn reactie zag, knapte er iets in mij. ‘Hoezo een goede pedagogische aanpak! Laat hem zien wat hij wel kan? ‘ Hij haalde zonder veel moeite de Havo en volgde een HBO opleiding. Dat deed ons beiden goed. Je bent wat je bent geworden. Mede door voorgaande ervaringen  ben ik  wel geneigd de lat hoog te leggen. Tot iemand naar wie ik erg opkeek zei: ‘Maar realiseer je wel wat jij doet, ik dat niet eens kan.’ Dat werd een ommekeer in mijn leven. Het stemmetje dat zo nu en dan zegt: ‘He Mispel, denk er aan, je doet het weer’ blijft. Je bent wat je niet bent, toch ben je het weer wel.

Neem nu onze oudste zoon. Hij was 8 jaar toen hij bij ons kwam. Een ernstig verwaarloosd mannetje, met grote verdrietige ogen. Een kleine overlever met een hele grote mond, maar die wel de zorg had over zijn broer en zus en moeder. Probeer je je daar maar eens in te leven. Even de wereld vanuit hem bekijken. Een wereld die vol zit met bedreigingen en volwassenen die niet te vertrouwen zijn. Gedachten die ik maar kort kan toelaten, omdat het zo’n pijn doet en het nauwelijks te bevatten is dat dit mogelijk is. En dan wil ik heel graag zijn wie ik ben en niet de ander.  Ik heb veel over hem geschreven, maar zijn verhaal afmaken is mij nog niet gelukt. Hij is ons gaan vertrouwen en bleek ook in staat liefde te ontvangen en te geven. ‘Het was geen sinecuur om dit te bereiken’, vertelde een wetenschapper ons. Trots durfde ik toen niet toe te laten, het was er wel. We deden dit gewoon, omdat hij ons kind is geworden. Al vele jaren woont hij niet meer bij ons. De zorg is overgenomen. Helaas niet met goed gevolg. We worden gezien als ‘lastig’. Maar ‘lastige ouders ‘ bestaan niet. Wel zorgzame ouders en ouders die hun kind kunnen loslaten wanneer de zorg goed overgenomen wordt. Maar vertel dat de ander maar. Ik zwijg en probeer erboven te gaan staan. Stel mij onverschillig op en probeer mezelf te overtuigen: ‘Men doet maar, stelletje…’. Ik ben dan zeker niet wie ik ben, maar tegelijk ook weer wel en laat de voortdurende wisselende visies bij de ander. ‘Geef het terug, waar het hoort’, kreeg ik al eens als advies van een wijze vriend. Deze zoon heeft een prachtig appartement, maar kan daar niet zijn. ‘Er staat ook weinig in dat van zichzelf is’, zei zijn broer. Hij heeft gelijk. Het huis is ingericht door begeleiders, er is veel vernieuwd en veel is weggegooid. Ook zijn spullen. Wij hebben onze hulp aangeboden om ervoor te zorgen dat onze zoon zich wel thuis leert voelen. Dat deden we wel vaker bij een verhuizing. Maar dat wil men niet. Men wil het zelf doen.  En nu zwerft hij en vaak weet men niet waar hij is. Dan moet je afstand nemen. Gelukkig kent hij de weg naar huis goed. Deze wijze van afstand nemen, zorgt er wel voor dat je dan bent wat je vooral niet bent. De zorg blijft en wordt sterker wanneer we hem zien. Meestal overstuur met die grote angstige betraande ogen die je om hulp vragen. Dan mag je niet zijn wie je bent, want hij heeft niets aan wat wij voelen. Elk nadeel heeft ook zijn voordeel.  Het appel dat op ons gedaan werd door de hulpverleners, is er niet meer. En nu kan ik doen, wat ik anders niet kon doen. Zoals weer gaan schrijven. En dat voelt heel goed, dat geef ik toe.

Weer terug naar het begin. ‘Je bent ook wat je niet bent en misschien ben je dat juist wel’.  En mijn vraag of dit wel een goede titel is voor een verhaal? Er staan  nu wel 1.160 woorden op papier staan, dus het antwoord moet ‘ja’zijn, maar daarnaast heeft de  titel mij weer eens bewust heeft gemaakt van wie ik ben en wat ik wil zijn.  En dat voelt goed, omdat het zo bij mij past.

Ingrid Mispelblom Beyer

 

Geef een reactie