Eilandgevoel

Het eiland‘Ik ben een rots, ik ben een eiland.’
Dat lied is me altijd bijgebleven en nu zingt het door mijn hoofd. Hard als een rots en afgescheiden van alles, als een onbewoonbaar verklaard eiland in een afgelegen zee. Als er bergbeklimmers komen die stap voor stap de rots willen verkennen sla ik mijn ogen op.

Ik voel zachte handen die op onderzoek gaan en mijn lichaam wordt door weer andere handen voorzichtig gekeerd. “Ja, dat zijn mijn borsten, of wat er van over is.” Ik word niet gehoord.
De handen dekken me voorzichtig toe en mijn bed wordt door de lange gang gereden. De vloer is glad en er zijn geen drempels. Er wordt een deur geopend, dat voel ik omdat er een beetje wind opsteekt, een vlaagje tocht waardoor de haartjes op mijn gezicht even overeind komen en dan weer vermoeid gaan liggen.
Het eiland dat ik ben, onbewoond en onherbergzaam, wordt nu fel verlicht door de zon die niet meer schuilgaat achter de gordijnen van de kamer waar ik net nog in lag. Het bed, mijn rots, is tot stilstand gekomen. Ik hoor vogels, en het eilandgevoel komt nu in alle hevigheid opzetten. Het zijn de vogels die ik voor het eerst hoorde toen ik met mijn ouders de boot naar Terschelling afliep. Scholeksters, later zag ik ze in het weiland met hun jongen, die al net zo liepen te pikken als de oudere vogels,  op zoek naar iets eetbaars. Er strijkt iets langs mijn mond, het is koel en fris en ik vermoed dat er iemand is die met een natgemaakt doekje mijn dorst wil lessen.Kon ik maar contact maken en vertellen hoe blij ik ben met die hand op mijn gezicht.

Ik wil met liefde aangeraakt worden, misschien zelfs wakker gekust en weer tot leven worden gewekt, geen onbewoond eiland, geen ongenaakbare rots meer zijn. Soms zit het eiland binnen in mij, dan weer is het bed de zee, de zachte gevangenis voor mijn machteloze lichaam. De vogels en die hand maken mijn isolement heel tastbaar. Ik hoop op een razende storm en een meedogenloze zee die het eiland overspoelt zodat ik kan wegzinken en verdwijnen. Tot en met het laatste rotsblok. Stormachtige woede raast over mijn eiland. Ik voel dat ik weer terug gereden wordt, alleen mijn ogen kan ik nog opslaan om de woede te laten zien.
Dan gaat het licht uit.

Ellen Smal

Geef een reactie