Herfst

herfst

Schijnbaar doelloos zit ze daar, ik kijk door het vensterraam en zie haar knikkebollen, in haar blauw kunstleren senioren stoel, oud, grijs, breekbaar en een beetje bleek en verfrommeld. Ze kan geen kant op, behalve op en neer met haar fauteuil, als ze weet waar dat bedieningsding is.

Straks komt de thuishulp, die zorgt voor haar middageten en stopt haar in bed, wat achter haar in de kamer staat. Naar boven kan ze niet meer. Wat zit je haar mooi mam, ben je naar de kapper geweest? Ze kijkt me aan en grijnst en kijkt weer naar de tv, die het nieuws brengt. De afstandsbediening ligt op haar schoottafeltje, naast de beker lauwe thee met een rietje en het schoteltje met de schijfjes banaan, licht verdroogd en een beetje bruin. Voor haar op tafel de foto’s van vroeger, de kinderen, kleinkinderen en haar vader en moeder. Aan de muur tegenover haar nog meer foto’s van nu en dan. Het nieuws op de tv kabbelt weer voorbij. De poes sluipt mauwend en mopperend de kamer binnen en kruipt op de vensterbank in het herfst zonnetje, wat lekker zijn best doet. Het is ouderwets warm in de kamer. Ik ben op bezoek bij mijn moeder, ze is stil vandaag.

Ik val steeds in slaap, pruilt ze quasi schuldig.

Vandaag heb ik een mooie foto meegenomen. Omdat ze die vorige week zo leuk vond heb ik hem groot laten afdrukken en ingelijst. Erop staan haar oma met haar tweede man, een broer en schoonzus genomen in Bobbard am Rhijn in juni 1911. Zij was een pronte flinke vrouw en is duidelijk aanwezig op de foto, de dames in lange rok en eigen gemaakte hoeden, de mannen in kostuum met snor en bolhoed. Ze had geen gemakkelijk leven, haar eerst man overleed veel te vroeg en ze bleef achter met 2 kleine kinderen, pas vijftien jaar later trouwde ze haar tweede man, die ze ook ruimschoots overleefde.

Hoe gaat het met ze, vraagt ze, ik moet ze weer eens opzoeken.

Andere foto’s van toen die ik heb meegebracht bekijkt ze vol aandacht. Wie er op staan daar kan ze niet op komen. Wel bekende toch, vraagt ze zacht. Als ik wat help dan dwarrelen er wat herinneringsvlagen als herfstbladeren neer, het blijft rommelig de beelden in tijd en plaats te krijgen. Vroeger kon ik dat allemaal feilloos onthouden, zegt ze, maar nu. Onopgemerkt zeurt het nieuws op de tv weer voorbij.

Dan is ze even in gedachten.

Of leven ze niet meer? Mijn geheugen is zo slecht, ze zijn het wel, maar ik weet het niet meer. Ik mag die foto toch wel houden, want ik vind hem zo mooi. Wie waren het ook al weer?

Jorgen Mispelblom Beyer

Geef een reactie