Grip op het leven

bosAl ruim een week ligt onze moeder op bed. Ze heeft niet meer de kracht om even in haar stoel te gaan zitten. Samen met mijn zus zitten we naast haar en kijken naar oude foto’s, waar ze vaak wel een verhaaltje bij heeft. Ze wil nog graag haar ouderlijk huis zien, deze hebben we nu meegenomen: een oude foto waar haar vader en moeder voor het huis staan.

Even is het stil en ze kijkt me indringend aan. ‘Houdt mijn leven op? Is het nu echt voorbij?’ De tranen die ze probeert te bedwingen, schitteren in haar ogen. Ook in die van mij. En daarmee groeide ook het besef, dat het leven gewoon eindig is.
Ze zoekt en vindt mijn hand en pakt deze zo stevig vast dat het bijna pijn doet. Dat had ik niet meer verwacht wanneer je ziet hoe verzwakt ze is. ‘Je weet de mam, jij alleen hebt de regie over jouw leven. Jij kiest. Je stopt met dit leven, of je gaat nog even verder ’. Zij kijkt mij lachend aan en fluistert: ‘Tot mijn 90e’. ‘Ja mam, tot je 90e, zoals we dat afgesproken hebben’.   
Haar grip verzwakt niet. Voorzichtig tracht ik haar hand naast haar hoofd neer te leggen en leg mijn hand op die van haar. En weer pakt ze mij vast. ‘Je wilt het leven nog niet loslaten, hè mam?’ Onze blikken kruisen elkaar en de tranen vloeien over onze wangen. Wel apart om samen zo intiem te zijn en vooral met iemand als mijn moeder, die maar zelden haar emoties laat zien. Veel ging er door ons heen. En vooral het besef dat haar leven bijna voorbij is en ook het besef dat er zoveel aanwijzingen zijn, dat ze er nog niet klaar voor is en zelfs nu nog de zin van haar leven ziet. Haar lichaam is te zwak.
‘Het is goed mam, het is goed’. Nog even houdt ze mijn hand stevig vast, kijkt mij met een zwakker wordende blik aan. Haar lichaam ontspant. Haar ogen sluiten zich en ze valt in een lange diepe slaap.
Een dag later overlijdt onze moeder.

De laatste jaren die we met elkaar deelden in de zorg voor onze moeder, hebben wij als mooie, maar ook als zware jaren beleeft. Soms moesten we elkaar stimuleren om door te gaan met de zorg die we wekelijks op ons genomen hadden. Iedere keer vonden we weer iets om er weer leuke momenten van te maken. Haar te stimuleren en de zin van het leven te laten zien. Vele van deze momenten heb ik opgeschreven. En als ik vertelde dat er weer een verhaaltje klaar was, was haar vraag: ‘Je schrijft toch wel leuke dingen over mij’, en meteen gevolgd door de vraag: ‘Wil je ze mij voorlezen?’ Ik vind dat zo mooi, je kon altijd al zo leuk schrijven’. ‘Dat heb ik van jou mam’, en ze lachte me met een trotse blik toe. ‘Je gaat er wel mee door toch?’ ‘Ja mam, ik kan niet meer zonder. En als je er niet meer bent,  worden het vanzelf herinneringsverhaaltjes aan jou’.

Het einde van haar leven is een afscheid voor ons allemaal. Maar afscheid nemen betekent ook dat er weer iets nieuws gaat beginnen. En dat doe ik nu. En zo zet ik haar traditie voort: grip houden op het leven, er is nog zoveel om voor door te gaan.

Geef een reactie