Grensoverschrijdend gedrag (deel 1): een middel?

DSC_8831Daar we opnieuw geconfronteerd worden met een beschuldiging grensoverschrijdend gedrag, en we ook de ervaring hebben opgedaan, dat tot nu toe alle beschuldigingen niet terecht blijken te zijn, zijn we ons gaan afvragen of een beschuldiging  grensoverschrijdend gedrag ook een middel is geworden om een bewoner over te laten plaatsen in plaats met elkaar te gaan zoeken naar een goede begeleidingsvorm.

De eerste keer dat we met een beschuldiging te maken krijgen, heeft dat een enorm impact op je. En niet alleen op ons, maar vooral op degene die het betreft, ons gezin en de personen die ons zo nabij zijn. En uiteraard de vraag: ‘Met wie kan je dit delen? Want hoe vaak wordt er niet gezegd: waar rook is, is ook vuur’ .
Tijdens een vervolggesprek na de beschuldiging met de manager, vertelt ze dat er bewijzen zijn.  ‘Wat voor bewijzen? Wat is er dan gebeurd?’. Dat wil ze niet vertellen.
Niet veel later vertelt onze zoon over de nachten direct na de beschuldiging. ‘ ’s Nachts gaat mijn kamer op slot. Wanneer ik naar de wc moet, klop ik op mijn deur. Die avond komt er niemand. Ik had geen krant en toen heb ik een handdoek gepakt en daar mijn behoefte op gedaan. De volgende dag heb ik de handdoek leeggegooid in de wc’. Hij schaamt zich diep dat hij dit gedaan heeft.  ‘Ik heb echt heel hard op de deur  geslagen en geschreeuwd mam, maar ze kwamen niet!’  Hij zegt dat zo indringend, dat het pijn doet. Alsof hij ons moet overtuigen, terwijl we ons tegelijk realiseren dat hij een oplossing heeft gevonden en weer aan het overleven is. Na dit voorval krijgt hij een po in zijn kamer. Het bewijs blijkt naderhand de bewuste handdoek te zijn.

Onze zoon wordt vervolgens na enkele dagen en zonder enig overleg met ons, overgeplaatst naar een andere locatie. Al veroordeeld zonder dat er onderzoek gedaan is.  Die avond staat hij bij ons op de stoep. ‘Ik ben liever bij jullie’ vertelt hij huilend. ‘Ik vertrouw niemand meer, alleen jullie omdat jullie mijn vader en moeder zijn’. Hij begrijpt niet wat er gebeurd is en waarom bij terugkeer van zijn werk, al zijn spullen staan ingepakt en hij niet meer zijn huis in mag. Wij begrijpen er ook niets van. Worden niet geïnformeerd en de politie wil ons niet te woord te staan: ‘De contacten lopen via de zorginstelling en die moet u informeren’, aldus de politie.  En juist dat gebeurt niet.
Naast dat we ouders zijn, zijn wij ook wettelijk vertegenwoordigers. Maar dat wordt in deze situaties vergeten. De zorginstelling bepaalt.

De trein dendert voort. Er volgt  een verhoor en onze zoon zwijgt. Dat doet hij altijd wanneer hij zich niet veilig voelt. En met name naar mensen toe die hij niet kent en wij niet in zijn nabijheid zijn. Een gegeven dat ook vermeld staat in zijn dossier en de psycholoog van de zorginstelling  ook bevestigt. De verhoorder raakt merkbaar geïrriteerd door dit stilzwijgen. De beschuldigingen die vervolgens op ons  terechtkomen  en geplaatst zijn door de officier van Justitie, zijn niet mis. Ook wij worden overlevers.

Binnen het jaar blijkt al dat ook deze beschuldiging niet terecht is. Excuses volgen. Ook aan onze zoon worden excuses aangeboden. Hij begrijpt er weinig van en vraagt zich nog steeds af wat er aan de hand is. Uit de verslagen, die we naderhand krijgen,  hebben we gelezen dat twee medebewoonsters boos op onze zoon waren. Een van hen  wilde verkering met hem. De leiding bleek hiermee bekend te zijn en veegde het lachend en schouderophalend van tafel met de opmerking: ‘Zij vraagt aan zoveel bewoners verkering, dat gaat zo weer voorbij’.  Zij kunnen dat relativeren, maar niet iemand met een niveau van nog geen 0 tot 1 ½ jaar.
De bewoonster  kreeg geen gehoor op haar verkeringsverzoek en samen met haar vriendin hebben ze besloten hun teleurstelling te uiten door gewoon onze zoon te beschuldigen van misbruik.   De leiding is serieus hierop ingegaan. ‘Want zo zijn immers de protocollen, wanneer een bewoner een melding doet. En daar moet naar gehandeld worden’.

Na twee jaar volgt een schadeloosstelling. In feite een douceurtje wanneer gekeken wordt naar  de gemaakte (therapie-) kosten die we zelf hebben bekostigd. Want ook elke deskundige zorg voor onze zoon blijft ontbreken. Een externe organisatie hebben wij ook  ingeschakeld om ons terzijde te staan, en ook dat mocht niet baten, ondanks dat hun advies was, dat onze zoon zo snel mogelijk hulp moest krijgen. ‘Hij moest daar weg. Liefst helemaal uit de zorginstelling’, dat is het enige wat we kregen te horen. Een boodschap die we nog jaren hebben mogen horen.
Onze zoon is nooit meer de oude geworden.
De ene overplaatsing na de ander volgt. Hij verandert in goed te begeleiden persoon naar een persoon met gedragsproblemen die zijn eigen weg is ingeslagen.  Zijn dossier groeit gestaag en het incident blijft hem nog vele jaren achtervolgen. De regressie is groot. Wanneer we hem zien en spreken, merken we dat. Daar hoef je geen deskundige voor te zijn. Al zijn herinneringen gaan over vroeger. De periode dat hij nog bij ons woonde en we nog een gewoon gezin vormden. En zoals hij zelf zegt: ‘Dan is het gezellig, ik wil weer graag bij jou wonen mam. En pap dan gaan we weer kamperen en vissen’.  Zijn gezicht straalt dan volop.
Ineens kijkt hij op de klok. Verandert plotseling in een schichtig op zijn hoede zijde knaap en en praat snel: ‘Ik moet weg, ik moet weg. Niet zeggen dat ik hier geweest ben mam’. Hij pakt zijn  fiets beladen met volle fietstassen en vertrekt de nacht in. Het lukt hem nog net even te zwaaien: ‘Het was gezellig mam, tot de volgende keer, ik kom weer gauw’. Ik ga naar binnen en doe het licht aan.

De vraag blijft:
Is grensoverschrijdend gedrag een middel geworden voor overplaatsing?
Of gaan we met elkaar in gesprek op welke wijze we deze incidenten zoveel mogelijk met elkaar kunnen beperken en de juiste begeleiding kunnen blijven bieden?

Wordt vervolgd

Tip
Boek:  Valse zeden, Chris Veraart
Informatie:
Movisie
e.a.

 

Geef een reactie