Geef mij mijn jas even aan

DSC_2545‘Nu je toch de gang op gaat, wil je mijn jas dan meenemen?’
‘Ja die lange zwarte’.
‘Nee, die niet, die is veel te klein, dat kan je toch wel zien. Ik heb geen maatje 36 meer’.
‘Ik loop wel even met je mee’.
‘Daar hangt hij, die lange daar in de hoek. Nee, die onder die bruine korte. Voorzichtig! Pas op anders valt alles…!’
Te laat.

Nog meer gasten komen op het feestje waar we deze avond zijn. De jassenberg neemt alleen maar toe. Iedere nieuwe binnenkomer lijkt zijn jas dan zomaar te laten vallen op de meest voor de hand liggende plek en dat is en in dit geval de jassenberg. Logisch  want de kapstok is al overvol . De stille getuigen zijn ook al de jassen die al op de grond liggen en waar die van mij er eentje van is. Hoe vind ik die ooit nog terug?

Er zit niets anders op dan door mijn knieën te gaan en mij een weg te banen door die grote jassenberg.
Al snel blijkt dat ik niet de enige zoekende ben en heb ik ineens een hand vast die ook zoekende is. Dat voelt wel even vreemd. In een jassenberg  verwacht je stof, leer, knopen, ritsen,  zakdoeken, kleverige snoepjes, maar zeker geen hand.
Hoe vaak ben ik  al niet op zoek gegaan naar een hand. Een hand die mij steunt, een hand die mij helpt en dan ineens vind je er eentje zomaar midden in een grote  jassenberg.
Het verwarde mij even en ik zoek snel een weg naar buiten.  Weg uit die zoektocht . Ik wil alleen maar mijn jas terug.

‘Hoi, mijnheer, ja u, daar in die hoek. U staat daar toch, kunt u mij even die jas aangeven?’.
‘ Ja, die mooie lange zwarte’.
‘Ik denk dat ik die wel pas’

Geef een reactie