Elke dag kip

Ik vind kip zo lekker. Zo lekker dat ik het wel elke dag wil eten. Dus als de begeleiding aan mij vraagt, wat zullen we vandaag eens gaan eten, dan zeg ik: “Kip, kip en nog eens kip.”

Vandaag is anders dan andere dagen wanneer ik thuis kom. Ik weet niet waarom, maar het is gewoon even anders. Trudy, mijn begeleider, zit aan de grote eettafel. Dat is al anders, want meestal als ik thuis kom gaat Trudy meteen koffie en thee zetten en dan gaan we gezellig een bakkie doe. Trudy koffie en ik thee. Want ik lust geen koffie. Jakkie.

Thee met heel veel suiker. Ik doe wel snel veel suiker in mijn thee als Trudy even niet kijkt, want anders mag het niet. Want Trudy zegt dat veel suiker niet goed is en op mijn billen gaat zitten. Ik heb wel eens gekeken, maar zie geen suiker op mijn billen. Ze kletst maar wat. Trudy en ik nemen dan ook altijd een koekje uit de trommel die boven op de kast staat. De trommel staat zo hoog, dat ik er niet zomaar bij kan. Ik moet dan eerst een stoel pakken en dat hoort Trudy dan en dat mag niet. Soms wil ik wel eens stout zijn en heel snel een koekje pakken. Ja, en dat mag ook niet, want dan hebben de andere mensen met wie ik woon niets en dan zien ze alleen maar een lege bus. Opperdepop is het dan.

Deze keer is Trudy geen thee aan het zetten. Ze zit aan de eettafel met een bak met een heleboel gekleurde kaarten voor zich. Ik denk wel twaalf of misschien zelfs wel dertig of wel een miljoen. Zoveel. Het lijken wel foto’s en er staat eten op. Dat ziet er best goed uit. Ik zie al rijst, en appels en mandarijnen en sla en bonen. Zou er ook een plaatje van een kip bij zijn? Ik ga bij Trudy zitten en kijk eerst naar de plaatjes die op tafel liggen. Het wordt wel spannend, want ik zie nog geen foto van zo’n lieve bruine zachte kip. Ik ga maar eens helpen zoeken. En jawel, daar is hij dan. Wat een mooie. Kip, kip, kip. Kip zegt niets terug. Ik zal maar een kip na gaan doen. Tok tok tok, tooooooook, tok.

Trudy legt mij uit waarom die kaarten daar liggen. We mogen kiezen wat we eten en als we de naam niet weten, zoeken we gewoon het plaatje. Nou, dat is makkelijk, ik heb de kip al in mijn handen en daar hoeft niets meer bij. Geen sla, geen boontjes, geen rijst, niets, alleen maar kip. Ik vind kip zo lekker. Ik wil altijd wel kip, behalve bij het ontbijt, want dan krijg ik een eitje, dat is ook van de kip. Als ik tussen de middag thuis kom, zou ik ook wel kip willen. Kip met brood kan best wel. Als ik naar Trudy kijk, denk ik dat ze het daar niet zo mee eens is. Kaas is beter op je brood. Maar kaas komt van de koe en ik wil geen koe, maar kip.

Bij het avondeten wil ik alleen maar heel veel kip. Kip met appelmoes of kip met patatjes is ook wel lekker. En dan wil ik kippenkluifjes. Niet van die kleintjes, want dat is niets, die zijn te snel op, maar van die hele dikkerds. En weet je wat zo handig is met kip? Je mag dan met je handen eten en lekker je vingers aflikken. En weet je wat ook handig is van kip, je hoeft daarna niet zoveel af te wassen, want je hebt geen bestek nodig. Patatjes kan je ook met je vingers eten. De appelmoes…oh ja, de appelmoes, dat is wel een beetje lastig om die met je handen te eten. Nou dan pak ik gewoon een lepel, de kleinste die er is. Dan blijft het een klein afwasje. Alleen je bordje en je lepeltje.

Ik zie aan Trudy dat ze vind dat ik wel goed kan kiezen wat ik wil eten, maar dat iedere dag kip niet mag. Kiezen kan je leren. Ik heb leren kiezen, maar elke dag kip, dat mag ik niet kiezen! Gelukkig heb ik één keer per week de kookbeurt en dan mag ik zelf kiezen wat ik ga koken voor iedereen. Ik neem dan kip en omdat ik weet dat twee bewoners dat niet lusten, heb ik lekker veel. Elke dag kip, ik ga er al bijna van kakelen.

Ingrid Mispelblom Beyer
Uit: 20 Minuten columns/ Boekscout.nl

 

Geef een reactie