Eitjes

eitjes‘Hoi buurvrouw, waar is buurman?’
‘Buurman is even een boodschap doen. Willen jullie op hem wachten?’
‘Nee dat hoeft niet. We komen alleen maar eitjes halen’.
‘Zal ik even met jullie meelopen? ‘. Ik doe net alsof ik niet weet waar de eitjes liggen.
Hans loopt hard voor mij uit, gevolgd door zijn zusje Maria.
‘Ik wijs je wel de weg’. Hij opent het kippenhok, duwt een kip aan de kant en roept: ‘ik zie wel 7 eitjes, dat is bijna genoeg. Mijn moeder heeft er 10 nodig’. En Maria vult aan: ‘Mijn moeder gaat pannenkoeken bakken. Wel heel veel’. Met haar handen wijst ze aan hoe hoog de stapel pannenkoeken gaat worden. Ik besluit mijzelf maar uit te nodigen omdat ik pannenkoeken ook lekker vindt. Maar dat idee wordt niet gedeeld.
We gaan naar binnen om de resterende eitjes op te halen zodat ze met een vol doosje naar huis kunnen gaan. Hans heeft een euro in zijn hand, en Maria 50 cent.
In de keuken kijken ze of in de eiermand grotere eieren te vinden zijn en die ruilen ze meteen om met een kleiner soort. Ook zijn ze erg precies of de eitjes wel schoon zijn en als dit niet het geval is, lopen ze naar de kraan en wassen ze deze zorgvuldig schoon.
Vervolgens nemen ze plaats aan tafel en overhandigen mij het geld.
‘Buurman heeft ons geleerd dat we eerst de eitjes krijgen en dan moeten betalen. Maar soms vergist hij zich en draait hij het om, en wil hij eerst het geld. Maar dat doen we niet meer. Daar trappen we niet meer in’, zegt Hans stoer.

‘Hebben jullie zin in een snoepje’. Nu dat is niet tegen dovemans oren gezegd. ‘Heb je nog van die chocolaatjes met pepermunt erin’ vraagt Hans. ‘After eight bedoel je? Even kijken hoe laat het is, want die mag je pas na acht uur opeten. ’ ‘Je maakt een grapje, die kan je nu ook wel opeten’ roept Hans luid. Ik houd voet bij stuk, maar dat helpt niet. Het kleinood is zo uitgepakt en verdwijnt in zijn mond. Zijn ogen glunderen.
‘Ik heb ook snoepjes.’ Beiden duiken meteen in de snoeptrommel. ‘Ik neem een gele’ zegt Hans, ‘want roze is een meisjeskleur en ik ben geen meisje’. Met zijn hand maakte hij een vuist en benadrukte zo hoe stoer hij is. Maria heeft een donkerrood snoepje gepakt en vraagt met een zacht stemmetje: ‘Is dit wel een meisjessnoepje?’ ‘Ja lieverd, dat is een mooi meisjessnoepje, eet maar lekker op’.

‘Oh, het is al laat, we moeten naar huis, mam wacht op de eitjes’. Beiden glijden snel van de stoel, groeten de hondjes en de kipjes en wanneer ze buiten staan, zien ze de buurman staan.
‘Hoi buurman, we komen eitjes halen, maar buurvrouw heeft ons al geholpen. Tot een volgende keer buurman, dan praten we weer met jou’.
‘Dag’ en hollend gaan ze naar huis.

Geef een reactie