Eindig

eindigHet is een rustige zondagavond. De telefoon gaat. Het is Betty. Meteen kijken we elkaar geschrokken aan, want Betty belt niet zo vaak. Is tante overleden?

Betty vertelt dat haar moeder opnieuw gevallen is en haar  heup gebroken is. Gezien haar lichamelijke conditie zou er niet geopereerd kunnen worden. Er wordt nu gekeken wat de juiste medicatie is, want tante wil zo min mogelijk pijn hebben. Ook kan ze zich er goed in vinden dat ze niet meer naar het ziekenhuis hoeft. Al dat gedoe wil ze niet, ze wil gewoon in haar eigen appartement blijven. Zoals ze al zo vaak zegt: ‘Ik heb een goed leven gehad, het is goed zo. En voor wat mij betreft, mag het nu voorbij zijn’. Het is een duidelijke wens, die we met elkaar moeten respecteren. En ook wij zijn gaan leren leven  met de momenten die we nog met elkaar kunnen hebben. Het zijn nog steeds prachtige momenten.

In overleg met Betty besluiten we spontaan bij tante langs te gaan. Schikt het dan blijven we en anders gaan we weer weg.
Tante ziet ons en begroet ons direct. We mogen binnen komen. ‘Ik heb geen koffie gemaakt, maar dat kunnen jullie zelf wel zetten. Ga gauw zitten’. En meteen gevolgd met:   ‘Het gaat niet goed met mij’. Een uitspraak die we al vaker van haar hoorden. We laten weten dat we Betty gesproken hebben over haar val.
Bij ieder bezoek zien we haar achteruitgaan. Ze lijkt steeds kleiner te worden, haar blik in de ogen veranderd en haar huid verkleurd. Echter haar scherpheid voor het heden en deels verleden blijft aanwezig.
Direct komen de verhalen over de zaken die haar bezig houden, maar vooral niet over de val in de badkamer. We zien geen enkele reactie van pijn en vragen er voorzichtig naar. ‘Kind, vooral ’s nachts heb ik zoveel pijn. Ik lig dan te huilen in mijn bed’.  Houdt ze zich dan nu zo flink? We kijken elkaar vragend aan omdat we geen enkele reactie van pijn zien. Meteen gaat ze weer over tot de orde van de dag en vraagt of we nog naar de kerk gaan. Jelle geeft aan dat hij nog zoekende is. ‘Jongen, je bent al zo lang zoekende, neem eens het besluit en ga gewoon weer naar de kerk. Geen van mijn kinderen gaat meer’. Ze kijkt naar buiten en haar blik dwaalt even van ons af.
We vertellen over de familiereünie die we weer gaan organiseren. ‘Ik ben dan zeker  van de partij’ is haar eerste reactie. ‘Ik wil wel graag naar mijn huis, maar dat kan niet, want mijn huis is verkocht. Waar moet ik dan heen?  Ik blijf maar hier. Ik word goed verzorgd. Ze zijn lief voor mij. Niet allemaal, maar de meesten wel’ en ze  kijkt ons strak aan met een blik die al zo anders is, dan bij ons laatste bezoek.

Een verpleegkundige komt binnen en geeft haar medicijnen. ‘Fijn dat u toch bezoek heeft mevrouw, u wilde niet naar uw kamer, omdat u niet alleen wilde zijn’. Dit was waarschijnlijk niet voor onze oren bestemd, daar tante vrij snel reageert : ‘Het valt wel mee, ik ben nooit alleen!’.   De verpleegkundige kijkt ons lachend aan en geeft een vette knipoog. Hij was nog niet weg of tante komt met een klacht dat sommige verzorgers wel erg vrij met haar omgaan. ‘Maar over het geheel genomen, zijn het allemaal lieve mensen’ vult ze aan. Ze vertelt dat ze ook wel eens optreedt en een verzorgende gecorrigeerd heeft die met zijn handen in de zak haar te woord stond. We zien het helemaal voor ons en schieten in de lach.

Na een uurtje besluiten we weg te gaan. Tante wordt moe en soms horen we haar de gebeurtenissen door elkaar halen. Alsof ze even heel ver weg is en dan weer in het nu terug komt. Ook bij het weg gaan zegt ze: ‘Dit gaat geen week meer duren’. En direct daarna: ‘Wanneer komen jullie mij weer ophalen, ik heb wel zin in een uitje’.

We kijken haar aan en geven een stevige knuffel en nemen afscheid.

 

 

 

Geef een reactie