De zorg om de zorg

DSC_8268Na jarenlang ingekapseld te worden als je een zorgvraag hebt, wordt van de één op andere dag verwacht dat je zelf kunt aangeven wat je nodig hebt. En vooral dat je al die hulp helemaal niet nodig hebt die je nu krijgt. En dat zorgen vooral iets is dat je samen met je omgeving vormgeeft. Vrijwilligers, mantelzorgers en buren kunnen de zorg net zo goed geven als opgeleide professionals, die vooral veel te veel kosten en zichzelf onmisbaar maken. En dan komt de dag dat jij, als licht verstandelijke beperkte man van 50, een keukentafelgesprek hebt met een WMO-consulent. Je bent er dagenlang gespannen van en slaapt van de zenuwen al weken slecht. In de loop der jaren heb je een evenwicht weten te bereiken; een evenwicht waarin jij je prettig voelt en waarin jij de dingen kunt doen die jou een prettig gevoel geven. Dat evenwicht is er gekomen na een jarenlange zoektocht. Vóór je hulp had, wilde je familie niets meer van je weten. Je huis was een bende, je had schulden en je kwam in de problemen, omdat je mensen toeliet in je leven, die jou een makkelijk doelwit vonden om er zelf beter van te worden.

Langzaam maar zeker heb je met hulp rust gevonden; een beschermde woonomgeving, dagbesteding bij een klussendienst, een begeleider die met je meedenkt en je kent en na jarenlange financiële onrust heb je overzicht. Er is zelfs weer voorzichtig contact met je familie. En dan komt het gesprek. De WMO-consulent kent je voorgeschiedenis niet, die komt binnen in een keurig opgeruimd huis en ziet een nette man die koffie voor haar schenkt. Je hebt vooraf gevraagd of je vaste begeleider bij het gesprek mag zijn, maar dat werd niet toegestaan. De consulent wil jouw verhaal. Je doet je best om haar vragen te beantwoorden, ook al zijn ze soms heel erg moeilijk en begrijp je niet helemaal wat ze vraagt. Eigenlijk zeg je maar overal ja op, omdat je haar aardig vindt en aardig gevonden wilt worden.

De conclusie van het gesprek valt een maand later op de mat. De dagbesteding bij de klussendienst wordt geschrapt; jij bent in staat om te werken en zult op zoek moeten naar een betaalde baan. De begeleider die jou al jaren kent en ondersteunt mag niet meer komen. Er komt een andere organisatie die de ondersteuning overneemt en voor minder uren in de week dan je had. En je moet op termijn verhuizen naar een andere woning, want je hebt volgens het gesprek die ondersteuning die je nu krijgt, niet nodig.
Wat jij leest is dat je er vanaf nu weer alleen voor staat en de paniek die dat oproept, vertaalt zich in blinde agressie. Alles en iedereen op je pad moet het ontgelden en uiteindelijk word je door de politie met harde hand in de boeien geslagen en meegenomen.
De WMO-consulent kan tevreden zijn, ze heeft deze man toch maar mooi zijn eigen regie teruggegeven, hem “bevrijd” van betuttelzorg én geld bespaard.

De resultaten van deze manier van korte termijn denken worden al direct zichtbaar. Daar waar zij op zorg en begeleiding besparen, komen de kosten via een omweg toch weer terug bij de gemeenschap. En het kind van de rekening is deze 50-jarige man met een licht verstandelijke beperking. Kwetsbare mensen die met de juiste begeleiding hun evenwicht weer hebben gevonden en nu worden gekort op diezelfde begeleiding.  Hij wil aardig gevonden worden, geeft de gewenste antwoorden die de consulent wil horen en vraagt niet, omdat het inzicht in zijn situatie er niet voldoende is. En daarvoor kreeg hij juist die begeleiding om hem hierin te ondersteunen en ervoor te zorgen dat het goed met hem gaat. Hoe gaat dit nu verder?
Dit is mijn zorg om de Zorg.

EigenWijs.

Geef een reactie