De Schuilkelder

oorsprong (83)kelder.Met een klap slaat de deur achter ons dicht. Ik schrik enorm van dit onverwachte geluid en beef over heel mijn lichaam. Ik kan niet tegen afgesloten, donkere ruimtes.

Het is een prachtige herfstdag, de zon schijnt weer volop. Voordat we naar de schuilkelder gaan waar we een afspraak hebben met de boswachter, maak ik samen met Geert nog een wandeling door het bos rondom landgoed De Oorsprong. Het is heerlijk stil, alleen het ruisen van de beek horen we en in de verte een langskomende auto. De zon en de kleuren van de bladeren dragen ertoe bij dat we mooie foto’s kunnen maken. Aan het grothuisje hangt een blauw gestreept verschoten kinderjas. ‘Die is vast vergeten door een spelend kind. Of misschien gewoon van de fiets gevallen? Wel gek dat je zomaar een jas kan verliezen, die moet je toch een keer missen?’ Geert kijkt mij lachend aan: ‘Ben jij onlangs ook niet een jas kwijt geraakt!’

We lopen verder richting de contouren van de villa waar we een afspraak hebben met Ben Oosting, boswachter van het Geldersch Landschap. Hij zal ons de schuilkelder laten zien. Ben vertelt ons dat vlak na de oorlog de originele ingang werd volgestort met puin waardoor de hoofdingang niet meer zichtbaar was. ‘Al het puin van het huis ging zo veel mogelijk de grond in. Overal vind je puin onder de grond. Ook de paden werden ermee verhard.’
Er deden in de omgeving van Oosterbeek verhalen de ronde dat er een ingang met een trap moest zijn. In 2012 werd de originele ingang van de schuilkelder ontdekt. Ben legt uit hoe dat in zijn werk ging. Hij gaat op de twee metalen luiken staan. Een daarvan verkeerde bij de ontdekking in slechte staat en werd vernieuwd, waarbij het goede luik als voorbeeld diende. Al pratend maakt hij het grote hangslot los. Het moment dat de luiken van de kelder voor ons worden open gedaan, voelt zeer spannend. Binnen enkele minuten zal ik mijn angst voor kleine ruimtes moeten overwinnen, evenals die voor mogelijk aanwezige vleermuizen.

We kijken het gat dat te voorschijn komt in en zien een betonnen trap met links en rechts daarvan ijzeren leuningen. ‘Die zijn nog origineel’, zegt Ben. ‘Ik heb een zaklamp bij mij en zal eerst even kijken of er vleermuizen beneden zijn.’ Alsof hij mijn gedachten kan raden. Ik besluit stoer te zijn. Wie A zegt moet ook B zeggen. ‘Komen jullie maar, er zijn geen vleermuizen.’ Een zucht van opluchting. ‘Er ligt wel een laag water op de bodem, dus ik hoop dat jullie waterbestendige schoenen aan hebben. Op de een of andere manier loopt dat water nog niet genoeg weg’. Onbewust kijken we naar elkaars schoenen. Niet iedereen was hierop voorbereid. Onderaan de trap schijnt Ben ons met zijn zaklamp bij waarna we verder de kelder inlopen. We zien geen hand voor ogen, zo donker is het. Door een smalle kier in de deur die als nooduitgang diende valt wat licht naar binnen. Maar niet voldoende om te kunnen zien hoe groot de ruimte is. Ik weet dat het om 20 m2 gaat, dat heb ik op de tekening gezien, maar het voelt veel enger. In een hoek staan we bij elkaar met de voeten in het water en bijna als aan de grond genageld, ook omdat je niet weet of je in een gat kan stappen wanneer je een stap naar voren of achteren doet.

Met een enorme klap valt de deur dicht. Een indringend geluid. Dit voelt niet prettig. ‘Dat doe ik met opzet’, zegt Ben, ‘om jullie te laten voelen hoe het is om opgesloten te zijn in een kelder. En bedenk daar dan ook bij hoe het is als er buiten een oorlog gaande is en je dat alleen kunt horen en voelen. En als de verlichting enkel een kaars of een zaklamp is. Wanneer de mensen dachten dat het veilig was, ging er een van hen de trap op om voorzichtig via een kier door het luik naar buiten te kijken. En zo gebeurde het dat ze na een aanval een lichaam van een dode man zagen, die pal voor de ingang lag. Dat bleek Philip Holt te zijn. Naast zijn lichaam stond het huis in lichterlaaie.’ Ik ril bedenk hoe traumatisch dat geweest moet zijn. Je kunt alleen maar wachten. Wat moest je doen als je wel naar buiten kon?

Ingrid Mispelblom Beyer

Uit: Verborgen verhalen van landgoederen/ 2015.
Dit artikel is gepubliceerd in : Nieuwe Veluwe/ juli 2015/ Wim Huijser

Geef een reactie