De gevallen ster

appelHeeft u wel eens een depressief mandarijntje gezien?  Of een aardbeitje, of misschien wel een bosbesje?
Wel rotte, maar depressief? Ik heb het ze nooit gevraagd en als ik dat wel zou doen, verwacht ik niet direct een antwoord. Wat ik wel doe is dat  ik ze uit de fruitschaal haal voordat ze de anderen besmetten en ik voer ze aan de kippen. Die eten toch alles.

Ik kan mij wel voorstellen hoe het kan zijn dat je, wanneer je bijvoorbeeld uitgroeit tot een appeltje, eerst in volle bloei staat, een nachtvorst overleeft en vervolgens door de honingbijtjes wordt bestoven. Heerlijk dat gezoem om je heen, zo relaxt. En tegelijk stilletjes hopen  dat er niet teveel regen valt of dat het weer ineens te koud wordt, want dan komt aan al dat gezoem snel een einde.En wanneer ik uit een appelsoort zou moeten kiezen, zou ik wel een sterappel willen zijn.

De sterappel is in 1830 ontdekt . Pas 50 jaar later kwam ze bij Maastricht Nederland binnen.  Deze  appels behoren daarmee tot de oudjes. En oudjes zijn meestal heel wijs en  hebben veel levenservaring. Prachtig toch? Zo’n appeltje wil ik best wel even zijn.Ik heb ook een prachtige oude boom op het oog waar ik wel zou willen wonen. Ik zie mijzelf daar al in de bovenste tak, met fraai uitzicht over  weide en water, samen met mijn  broertjes en zusjes en andere familie in deze boom heen en weer wiegen. Dat lijkt mij heerlijk.Volop genieten  van de zon, met af en toe een heerlijke briesje langs mijn wangetjes. Iedere  dag groter en groter worden en mijzelf verder ontwikkelen tot misschien wel een appel met blozende wangetjes waar je zo in zou willen bijten. Kortom,  een heel tevreden en gelukkig  leventje zonder zorgen.

Maar ja, aan al het moois moet blijkbaar weer een einde komen.
Op een vroege morgen, het is nog maar 4 uur,  schrik ik wakker van een luid gekraak. Wat blijkt? Mijn broertje kon zich niet meer vasthouden aan zijn tak, waar hij zo heerlijk aan bungelde. Met veel gekraak valt hij. Ik kijk naar beneden en zie alleen nog maar een beurse appel. Dag broertje.
Ook mijn lievelingszusje suist met een onbedaarlijk vaart naar beneden. In haar val neemt ze nog meer familie mee. Waaronder ook mijn goedgevulde tante. Ze was zo groot geworden, dat de wespen haar snel in de gaten kregen en al stevig in haar aan het pikken waren.  En of dat al niet genoeg was, zocht zo’n klein groenharig monstertje, met van die bijtgrage tandjes zijn weg om via een mals blaadje, het gat van de wesp in te kruipen en tante van binnenuit op te vreten. Wat is de wereld toch wreed.
Ik kijk de andere kant op en staar de verte in en voel mij zeer depressief worden.

Oeps, wat gebeurt er nu? Ik vergat mijn steeltje die de tak vast houdt. Mijn leven hangt  nog maar aan een zijden draadje. Hellup. Is dit nu  het einde van een gevallen Ster? Mijn Ster!
Weer bekomen van de schrik sla ik mijn ogen op en zie een prachtige sterrenhemel. Zo mooi. Ik wil helemaal niet depressief zijn. ‘Dit zijn toch cadeautjes die de natuur ons geeft,’ denk ik als appeltje.

En voor mij als mens geldt hetzelfde.
Er is zoveel moois om ons heen, we krijgen zoveel  mooie cadeautjes . Laten we daar gewoon eens met elkaar meer van gaan genieten.
Want depressief fruit: dat bestaat gewoon niet.

Geef een reactie