Afscheid van een vriend

DSC_4738Het is donderdagmorgen kwart over 11. We komen terug van een vergadering. Het antwoordapparaat knippert en ik luister de band af en hoor een stem die vraagt of we willen terugbellen. Het is mij niet duidelijk van wie die stem is. Hij praatte snel en binnensmonds.

Om aan deze onzekerheid een einde te maken, bellen we het achtergelaten nummer terug.  ‘Met Kees’. ‘Oh, Kees, hoe is het met jou? We zijn blij van je te horen’. ‘Zit je’, reageert hij. ‘Neen, ik zit niet’. ‘Ga maar even zitten’ . Van alles schiet door mijn hoofd. Er moet iets aan de hand zijn en snel vraag ik: ‘Is er iets met je vrouw, je kinderen?’ En dan is het stil. ‘Neen, ik ben ziek en het is ernstig. Het gaat niet goed ’.  ‘Wat is er dan aan de hand Kees?’  ‘Ik ben ernstig ziek en het gaat erg snel’, zijn stem wordt heser. ‘Hebben jullie tijd om langs te komen, ik wil jullie graag zien’.

Ik moest even bekomen van de schrik en nog meer spook beelden schieten door mijn hoofd. ‘Hoezo zo snel mogelijk langs komen? Wat is er aan de hand?’ Op deze vragen krijg ik nu geen antwoord, maar dat we snel moesten komen,  is wel duidelijk. ‘We kunnen zo naar je toe komen. Of morgen of in het weekend, zeg maar wat je uitkomt, we stappen direct in de auto.  Zullen we maandagmiddag  afspreken  zo in de loop van de dag?’, stelt Kees voor.  ‘We zullen er zijn, tot maandag. En sterkte met je, want je klinkt niet goed ’.
Het hele weekend blijft dit gesprek door  ons hoofd spelen. Wat is er aan de hand, wat gaan we aantreffen, hoe ernstig is het? Want ook al zei hij niet wat hij heeft, we vermoeden het wel.Wat duurt het dan lang voordat het eindelijk maandag is.
Tussendoor krijgen we nog een berichtje van Kees of we iets later kunnen komen, want hij  had ook nog andere vrienden gevraagd die we goed kennen. Wij kennen elkaar al ruim 40 jaar en zien elkaar bij verjaardagen, feestjes en kleine vakanties.  Het is altijd leuk om elkaar te zien, maar tegelijk ook vreemd, wanneer je weet dat Kees ernstig ziek is. De grappen en grollen gaan een andere betekenis krijgen.

Op de afgesproken tijd komen we maandag aan en zijn vrouw Margreet doet de deur open. ‘Kees ligt nog op bed, hij is erg moe, maar komt met een half uur naar beneden. De dokter is net geweest’. Zo krijgen we met elkaar de gelegenheid rustig  te praten en te horen hoe de situatie nu is. Margreet vertelt aan een stuk door, pakt zo nu een zakdoek om haar tranen weg te vegen. Geleidelijk aan realiseren wij ons de ernst van de ziekte, een ziekte waar geen  perspectief meer in zit. Het leven houdt gewoon op, dit bezoek wordt een afscheid. Een vreemd besef.
Ook was Margreet al gestopt met werken om voor Kees te zorgen. ‘Soms rijd ik hem naar de zaak’, maar dat is maar even. Hij houdt het niet meer vol, maar hij wil zo graag zelf de zaken regelen. Straks zien jullie hem’. Ze bereidt ons al vast voor.
De kamerdeur gaat open. Kees staat in de deuropening. We kijken elkaar aan en lopen direct op hem af en omhelzen elkaar stevig. ‘Wat is hij mager en zo breekbaar!’ schiet er door mij heen. Wanneer we een grapje maken, zien we even weer de glinstering in zijn ogen. Dat voelt zo vertrouwd. Hij gaat bij ons zitten en doet zijn verhaal en dan onverwacht pakt hij zijn mobiel en laat een foto zien.  Een foto van zijn kist.  ‘Die staat al klaar en heb ik op mijn verjaardag besteld als cadeautje’.  Kees had namelijk vlak voor zijn  verjaardag het bericht gehoord dat hij ongeneeslijk ziek is. ‘Ik laat mij ook niet meer behandelen, dat heeft geen zin. We hebben wel een second opinion gevraagd, maar deze bood dezelfde uitkomst. En laat ik mij wel behandelen dan is het alleen maar uitstel’. Kees schudt zijn hoofd en slaat zijn handen voor zijn gezicht.“Samen met de kinderen zijn we nog op vakantie geweest’ vult Margreet aan. ‘Maar nu gaat hij wel heel snel achteruit’.

De bel gaat en onze andere vrienden komen binnen. Als vanouds schieten de herinneringen over tafel, wordt er met elkaar veel gelachen en veel gehuild en zo nu en dan worden armen om elkaar heen geslagen. Ieder van ons begrijpt dat dit de laatste keer is. Na een uur staat Kees op en gaat naar boven. Een beeld wat we goed van hem kennen en hij vaak onaangekondigd deed wanneer we samen met vakantie waren. Alleen deze keer stapt hij op ons af. We omhelzen elkaar stevig. Loslaten willen wij nog niet.

Afscheid van een goede vriend.
Een groot verlies.

Geef een reactie